In Gesprek Met
In Gesprek Met
In gesprek met: Jan van Donk
Loading
/

Jan en Job praten over reizen, de veehouderij, en het zwerversbestaan van een Nederlandse dominee in Amerika.

Transcript

I: Dit is Hoorbaar Geloof de podcast van de Gereformeerde kerk in Sliedrecht, ik ben Job van Achterberg en vandaag is het een ietwat andere aflevering dan anders, ik zit namelijk in Californië, en ik ben te gast bij Jan van Donk, dag Jan. 

R: Dag Job. 

I: Jan, kun je wat over jezelf vertellen? 

R: Moet dat nu al? 

I: Dat kan als je wilt. 

R: Oké, ik wou eigenlijk jou wat vragen. 

I: Dat mag. 

R: Vertel eens wat van jezelf? 

I: Moet ik over mijzelf vertellen? Ik weet niet of dat zo’n goed plan is. 

R: Voor je hoorders. 

I: Ja, maar die kennen mij al. 

R: Je luisteraars. Heet dat hoorders of luisteraars. 

I: Het kan allebei denk ik. Toehoorders. 

R: Ja, het wordt heel spannend hier want ik heb al 50 jaar haast geen Nederlands gesproken dus. 

I: Het gaat je toch prima af op het moment. 

R: Ja, nou ja. 

I: Hoe kan dat Jan dat je al zo lang geen Nederlands meer spreekt? 

R: Nou ik ben op mijn 18e verjaardag, of toen ik 18 jaar oud was, ben ik naar Noord-Amerika verhuisd. Eerst naar Canada en uiteindelijk naar Amerika en ik woon nu al, ik ben nu al 50 jaar uit Nederland weg. 

I: Dat onder zeeniveau leven dat zat je niet […] 

R: Nou, daar ging het eigenlijk niet zozeer om. Het had meer te maken met het idee wat men dan heeft. Toentertijd had ik dat tenminste. Dat er grotere mogelijkheden waren in Noord-Amerika dan in Nederland, vooral als je je klein beetje richt op de veehouderij. 

I: Go west young men. 

R: Ja, zoiets. Ja. Nou dat heb ik dus gedaan. 

I: Je bent de veehouderij ingegaan. 

R: Nou, dat was oorspronkelijk de bedoeling want daar zat ik een beetje in toen ik nog in Nederland was. Ik ben van de landbouwschool afgestudeerd. Nou ja, afgestudeerd ik ben er […] ik heb het volbracht. Het is volbracht staat er dan in de Bijbel. Het is volbracht. Het was een hele lijdensweg, maar daarna had ik de gelegenheid om negen maanden stage te lopen in Canada vanwege de christelijke boeren- en tuindersbond, die hadden een uitwisselingsprogramma met Canada en daar heb ik me voor opgegeven en daar werd ik voor geaccepteerd en dat heb ik dus gedaan. Nou ja, ik ben verder nooit weer teruggegaan. 

I: Je kon wel aarden in Canada? 

R: Ja, ik had het wel naar mijn zin daar. 

I: Het moet toch enorm wennen geweest zijn toen je daar […] hoe reisde je, ging dat toen […] ging dat vooral met het vliegtuig of was het met boot? 

R: Met het vliegtuig van Amsterdam naar ik geloof Montreal en toen hebben we daar een nacht geslapen. Ik weet nog goed we sliepen daar in de YMCA, dat is dus de christelijke jongemannen vereniging of zoiets. Ja, zoiets. En daar hadden we een kamer en toen ging ik dan diezelfde avond dat we daar waren, ging ik even rondlopen, kwam ik bij het zwembad terecht en daar waren een stuk of wat oude mannen die zwommen daar spiernaakt. En ik weet niet waar dat goed voor was, maar dat had ik in Nederland nog nooit gezien dus […] 

I: Nee, nee. 

R: Dat was een hele gewaarwording. Een soort van eerste dag shock. 

I: Ja. 

R: Ja. Maar dan ben ik daarvandaan met de trein naar Alberta gereden, dat was ook zo’n rit van drie dagen en drie dagen en drie nachten zeg maar. Net zoiets als Jona weet je wel in die walvis. 

I: Was het ook zo comfortabel? 

R: Drie dagen in de trein, nou het was eigenlijk meer comfortabel dan ik verwacht had want het is ook geen trein zoals ik die in Nederland kende, dit was een behoorlijke slaaptrein en het was heel mooi, en behoorlijk wat van het land gezien. Enorme indrukken natuurlijk van tevoren. Toen kwam ik in Calgary, ging ik van de trein af. Ik kwam de trein uit, ik liep het station uit, en daar stonden vier rijen mensen voor het station te kijken ergens naar en ik wist niet waar ze naar stonden te kijken, dus ik stond er zo’n beetje bij, komen er op een gegeven moment twee van die grote huifkarren die kwamen rondrennen met paarden ervoor en dat was de Calgary stampede, een jaarlijkse cowboy festival, en ik stond toevallig te kijken naar de race, de chuckwagon races waar ze met die karren door de stad rond racen en ze komen bij het station vlak voor langs tijdens die rit. En ik loop naar buiten en dat is het eerste wat ik zie van Calgary. 

I: En je werd direct in de cultuur ondergedompeld. 

R: Ben ik nou een soort cowboy, cowboyland of zo. Ik had geen flauw idee wat ik daar stond te kijken, dat moest me allemaal uitgelegd worden. Dus toen was ik 18 jaar oud. 

I: Bizar. 

R: Ja. 

I: Maar de taal sprak je al, je had al Engels geleerd? 

R: Nou, ik heb natuurlijk in Nederland op school gegaan en toentertijd ook al, in de laat 60’er jaren, werd er behoorlijk aandacht besteed aan taalgebruik en Engels, en Duits, en Frans, dat had ik op het lyceum al geleerd. Ik heb ook nog een paar jaar op het lyceum gezeten, maar dat zat niet zo lekker bij mij. 

I: Om een idee te krijgen, van welk jaar ben je zelf? 

R: Wanneer ben ik geboren? 

I: Ja. 

R: ’51. 

I: ’51 oké. 

R: Ja. Dus ik had, nou ja we hadden, hoe heette dat radiostation ook alweer, Veronica, dat was ook allemaal in het Engels natuurlijk. En nou ja behoorlijk wat televisie in het Engels geloof ik, ik weet niet dat ik zo gek veel naar televisie keek trouwens, maar […] Nou ja ik heb me kunnen redden, zal ik het zo zeggen. Ik ben ook nooit bang geweest om een fout te maken. 

I: Nee, je wordt natuurlijk best gedwongen daar om mee te draaien. 

R: Ja, je moest meedraaien en dan doe je dat gewoon, dat is gewoon noodzakelijk, want het zijn wel andere gezinnen, en andere mensen, in andere gemeenschappen die zijn dus meer op samen met elkaar geëmigreerd, als familie zeg maar, en die bleven dan maar Nederlands door praten en die blijven nu nog Nederlands door praten. Er zitten nu mensen in Canada eerste generatie immigranten die haast nog geen Engels spreken, maar ze zijn zo op elkaar gericht dat ze het nog steeds met elkaar in het Nederlands kunnen doen, dus hoeven we ook niet te kankeren over de Mexicanen die nog steeds Spaans spreken hier want hebben we ze goed voorgedaan. 

I: Precies, ja. Ons kent ons, en waar kan ik mijn kroket halen. 

R: Precies, ja. 

I: De veehouderij moest je daar aan wennen? Want dat kan ik me voorstellen dat het daar wat anders wordt gedaan dan hier? 

R: Nee, dat was niet zo gek veel anders, want ik had een geweldige gelegenheid, ik had de geweldige ervaring om in Nederland bij een veehouder te werken die, voordat hij daar voor zichzelf begon, in Canada geweest was, gezien hoe het daar in het groot kan en wij molken nog geen 10 kilometer boven Amsterdam, in Landsmeer, 250 koeien. 

I: Dat is een aardige schuur. 

R: Ja. 

I: Zeker in die tijd. 

R: 200 hier, 50 hier. Ik molk die 50 in mijn eentje. En die andere gast die molk 200 koeien in die andere stal, in een doorloopstal in zijn eentje, dus ik bedoel ik heb ook op kleinere veehouderij bedrijven gewerkt. Ik heb ergens leren melken waar we er maar een stuk of 11 hadden, en nog een ander bedrijf hadden we 24 koeien. Dus het was wel een behoorlijke verandering voor mij, maar ik heb die ervaring heb ik al in Nederland opgedaan, om nou te zeggen van hoe moet je je nou richten op grote aantallen koeien. 

I: Ja. 

R: Het was voor mij geen probleem. 

I: En melkmachines waren die er al in die tijd. 

R: Ja, allemaal. 

I: Was er al. 

R: Allemaal precies hetzelfde, helemaal niks anders. 

I: Oké, je zat niet op je krukje want dan denk ik dan ben je wel even bezig met 50 koeien. 

R: Ik heb ooit, toen ik pas begon, toen was ik 11, heb ik nog een jaar of wat met de hand gemolken, maar daarna voornamelijk met machines. 

I: Ja. 

R: En pijpleiding en alles. Dus het was toentertijd ongeveer hetzelfde. Ik heb in Canada iets meer doorloopstallen gevonden en gebruikt maar er zijn ook nog zat mensen, toentertijd waren er ook nog zat mensen die gewoon in een platte stal molken, koeien op een rijtje. 

I: En wat is het verschil dan met een […] want koeien op een rijtje ken ik dan wel, ik vermoed dat dat de koeienschuren zoals waar ik opgroeide in Noordeloos dat die van dat type waren, want je hebt dan links heb je alle […] ik loop de schuur in door die grote deur en dan heb je links heb je alle apparatuur en waar de hooi ligt en rechts dan die koeien dan in zo’n rij. Dat is een […] 

R: Nou, in een Hollandse melkstal is het vaak twee rijen waar de koeien met, of ze staan met de kont naar elkaar, of ze staan met de kop naar elkaar. In Noord-Holland was het vaak, als ik me niet vergis, ik geloof dat het in Noord-Holland met de kont naar elkaar was, en in andere delen van het land met de kop naar elkaar. Wij hadden in Zuid-Holland hadden we de koeien met de kop naar elkaar en dan loop je dus aan de buitenkant eromheen, als je erachter bij wilt om te melken. En in het midden is de deel waar er dus gevoerd werd. 

I: Ja, precies. 

R: En het hooi wordt vanuit de hooiberg door het midden naar die koeien gesleept en met de melk ging je aan de buitenkant er langs. Maar in Noord-Holland waren er andere bedrijven waar de koeien met de kop […] of Friesland was dat geloof ik. Misschien is het in Friesland geweest, daar stonden de koeien met de kop naar de muur en de achterkant naar elkaar toe, dus dan kon je makkelijk melken aan allebei de kanten. 

I: Ik merk al dat is een heel kaliber dan waar ik mee ben opgegroeid bij ons in het dorp, want dan werden de koeien, die moesten ook naar een heel ander gedeelte om gemolken te worden en die stonden […] 

R: Zomers? 

I: Kan ik me niet herinneren.

R: Zomers wel ja, zomers lopen ze buiten en dan moeten ze ergens, ergens moeten ze gemolken worden dus dat is dan of een schuurtje of een weidewagen. 

I: Nou, ze kwamen er ook vanuit diezelfde schuur liepen ze via een ander gedeelte naar het melkgedeelte waar je dan veel lager stond als mens. 

R: Oh, dat was een doorloopmelkstal en dan heb jij blijkbaar de gelegenheid om te ondervinden wat een doorloopmelkstal en een moderne doorloopmelkstal hoe die eruit zag, maar toen ik jouw leeftijd was, waren die er nog niet in Nederland. 

I: Oké. Het enige wat ik me ervan kan herinneren, want ik heb toen een week meegedraaid voor een schoolproject, was dat voortdurende geluid van die melkmachines dat ik ksst , ksst, en dat die koeien enorm stonken als ze in een keer begonnen te poepen als je daar stond te werken, dat is […] 

R: Daar had jij last van? 

I: Nou ja ik vond het […] daar moet je aan wennen denk ik. 

R: Dat is de lucht van geld. 

I: Oké. Ja, zo ervoer ik het niet. Ik werd er ook niet voor betaald, het was maar voor school natuurlijk. 

R: The smell of money. 

I: Ja, verse melk kreeg je. Dat vond ik altijd enorm lekker, als het echt van die verse vette melk. Tegenwoordig mag dat natuurlijk niet meer want gevaarlijk, maar […] 

R: Het wordt nog wel verkocht hier en daar. 

I: Hoelang heb je in die veehouderij gewerkt? 

R: Nou toch wel ruim twee jaar in British Columbia. Ik ben dus zo eigenlijk nogal vrij snel verhuisd van Alberta waar geen koeien waren en alleen maar hooibouw en ik werk met Apelizer naar British Columbia verhuisd, waar ik dus wel aan de slag ben gegaan om alsnog te melken. Dus ja een jaar of twee in de veehouderij. 

I: Wat ben je daarna gaan doen? 

R: Voor dominee studeren. 

I: Dat leek je wel de logische volgende stap? 

R: Ja, op dat moment wel. 

I: Je dacht […] 

R: Ja. 

I: Vertel Jan hoe zat dat? 

R: Ja, nou ja, soms dan vorm je je een beeld over hoe iemand zijn leven is en ik ben toen begonnen met naar de kerk gegaan daar was eigenlijk nog wel het een en ander aan verbonden, hoe dat allemaal gelopen is, ik weet niet of we het daarover moeten hebben, maar dan kijk je dat zo eens aan, zo’n dominee. Nou ja, laat ik het zo zeggen, ja er zijn diverse verschillende manieren om erover te praten. Ik werd op een gegeven moment toch wel iets meer overtuigd dat God iets met mij wou, dat God bestond, om te beginnen en dat ik mij daar een beetje op moest richten, maar dan in een soort van overdreven manier dacht ik nou ja dan moet ik maar meteen dominee worden ook, dus you know, go all in. Dus je wordt christen en dan meteen moet dat dominee worden. Nou ja, dat is natuurlijk de reinste onzin en toen ik dat voor het eerst tegen die dominee zei heeft hij hard gelachen en hij zegt nou ja je gaat eerst nog maar terug naar de boerderij, kom volgend jaar maar weer en dan zien we wel hoe, wat er gaat gebeuren. 

I: Ja. 

R: Maar ja, dat is dus […] nou die gedachtegang is toch wel bij me gebleven dus toen ben ik na een jaar teruggegaan naar school. Ik heb ooit nog eens gezworen nooit terug te gaan naar school en dan nog eens een keer gezworen dat als ik ooit alsnog terugging naar school dan zou ik nooit meer scheikunde leren. Dus twee jaar later zit ik weer op school en ik heb een van mijn eerste cursussen die me aangeraden werd was scheikunde dus. Kwam nog bij dat al mijn vereiste klassen in die vakken waren weg gescholden zeg maar. Als ik nou even had gewacht met die scheikunde dan had ik het geen eens hoeven te nemen. 

I: Ja, nou ja. 

R: Maar ja, dat heeft dus van […] meteen van het begin heeft het ervoor gezorgd dat mijn cijfers goed laag bleven dus dat ik niet het idee dat ik nou Gods geschenk aan de academische wereld was, want dat was ik dus niet. 

I: Maar je bleef wel. 

R: Ik kon het volhouden. 

I: Ja. 

R: Ja. Nog interessant trouwens, want ik begon dus het is een Engels sprekende school dus al mijn vakken waren in het Engels. Engelse cursus waar je dus een proefschrift of een een of andere geschrift moest schrijven dan ging dat in het Engels, en ik had nooit van mijn leven ooit iets in het Engels geschreven, nou ik heb toevallig heb ik die eerste, die eerste paper die ik toen geschreven heb die heb ik nog, dat gaat over een wekker, een alarm clock, nou je lacht je dood man. 

I: Je hebt een proefschrift geschreven over […] 

R: Nou, geen proefschrift het is meer een tentamen, of misschien niet eens een tentamen, ik weet niet eens. Er worden hier nogal behoorlijk wat, als je in Amerika op school gaat, schrijf hierover, schrijf daarover, schrijf daarover, schrijf daarover, dus dat deed ik. De eerste assignment dat mij toen opgedragen was, was schrijf 200 woorden over dit of dat onderwerp en ik geloof dat ik toen zelf gekozen heb dat ik het over die wekker zou hebben en als ik het nu bekijk is het haast Koeterwaals. 

I: Was het iets symbolisch? 

R: Nee, maar gewoon het taalgebruik, daar moest ik zo nog aan wennen dus. Ik kon me dus redelijk uiten maar om nou echt op te schrijven en alle woorden goed, de grammar en alles dat moest ik allemaal nog leren. 

I: En je zat daar aan de Westkust. 

R: Nee, toen was ik in Calvin College in Michigan. 

I: Oostkust, oké. Dus Michigan, ja daar zit nogal wat van Nederlandse afkomst. 

R: Ja, maar dat had verder daar nergens wat mee te maken, alhoewel dat Calvin College was wel een voortvloeisel van de Nederlandse immigratie naar de gereformeerde kerk en dat was een college dat werd gesticht door de gereformeerde kerk en dat was dus een voorbereidingsschool om dominee te worden. Dus als je daar in de gereformeerde kerk dominee wilde worden, dan ging je daar naar school. 

I: Dus had je daar wat aan je Nederlandse afkomst of kwam dat verder […] 

R: Nou ja dat wou ik eigenlijk net vertellen want toen was ik bijna klaar met die eerste vier jaar cursus, maar ik had niet genoeg vakken en ik had niet genoeg […] ik had niet hoog genoeg cijfers om naar het seminarium door te gaan. Toen kwam ik die Nederlandse leraar tegen en ik zeg kan ik misschien eventueel een paar credit examens afleggen. En dan hoef je de cursus te nemen, maar je neemt gewoon het examen en daar krijg je dan een cijfer voor. En dat zou dus het gemiddelde omhoog of omlaag kunnen voeren. Ik dacht als ik nou twee van die examens in het Nederlands afleg, 20 minuten elk, een ieder 20 minuten, allebei een A, ik had het even uitgerekend, dan zou het mijn gemiddelde net genoeg omhoog halen dat ik het minimale toelatingscijfer voor het seminarium toch haalde. Dus ik vroeg aan hem of ik dat mocht doen, verder niks gezegd natuurlijk. 

I: Ja. 

R: Nou hij zegt probeer het maar. 

I: Hij wist […] 

R: Hij weet van niks. Dus ik allebei die examens afgelegd, het kwam allebei samen geloof ik dat het me net een halfuur duurde en ingeleverd. Ik kreeg niks te horen, ik hoorde maar niks. Ik zag niks op het transcript. Kwam ik een week of later kwam ik hem tegen in de bibliotheek, ik zeg meneer Leegwater heette hij geloof ik. 

I: Ook nog eens. 

R: Nee, nee, nou ik weet niet precies hoe hij heet, kan ik me niet meer herinneren. Ik zeg hoe is het met die cijfers van mij en die examens is dat nog wat geworden, of […] allemaal in het Engels natuurlijk. 

I: Ja. 

R: Hij zegt, ja maar ik ben erachter gekomen dat Nederlands jouw moedertaal is. Hij zegt en ik ben helemaal er niet van gediend, je hebt me een beetje getruct zegt hij, en ik ben er eigenlijk niet van gediend om jou nou er zo makkelijk af te laten komen. Ik zeg oh nee, waar was u toen ik mijn eerste Engelse tentamen moest schrijven, stond u toen naast me om te helpen met alle Engelse woorden die ik niet kende. Ja, ja, nee je hebt gelijk. Heeft hij me toch die twee A, die twee hoge cijfers gegeven. 

I: De retorische overtuigingskunst die had je al. 

R: Die had ik. 

I: Had je daar dan geen cijfer voor kunnen krijgen. 

R: Nou ja en toen ja wat wil je nog meer weten. 

I: Nou toen heb je dus […] je werd toegelaten tot het seminarium door die extra punten.

R: Net op het kantje hoor. 

I: Nou, de hakkies, oké. 

R: Met de hakken over de sloot. 

I: Ja, ja. 

R: Ja, ja, ja. 

I: Toen heb je het seminarium gevolgd. 

R: Nou ja, dat is ook weer anders gelopen, want ik was toentertijd al getrouwd en toen ben ik mijn vrouw wilde ook naar het seminarium maar voor andere redenen die wou een therapiste, therapeut. 

I: Therapeute. 

R: Therapeute wilde ze worden, maar een christelijke therapeute dus die wou een hoop christelijke cursussen volgen en die heeft die dat in het seminarium mogen doen, en ik dus ook. Ik was gewoon op het normale traject om dominee te worden. En toen kreeg zij te horen dat ze voor de cursus die zij graag wilde doen, moest ze naar Californië, naar een andere school, Fuller, Fuller Seminary heet dat. En nou ja, hadden we dus eigenlijk afgesproken dat ik dat zou doen, ik neem een jaar van school af, ik reis mee naar Californië, we gaan daar samen wonen, zij kan daar haar cursus afmaken en dan gaan we weer terug naar Michigan om mijn studies af te maken, dat was oorspronkelijk de bedoeling. Toen waren we eenmaal in Californië kwamen we erachter dat ze de vereisten iets veranderd hadden en dan moesten we er twee jaar blijven. Ik zeg ja dat wordt wel een beetje te gek, dus heb ik geprobeerd […] ik had het eerste jaar had ik al een of twee vakken genomen uit hetzelfde seminarium, Fuller seminarium. En dat stond me wel aan eigenlijk en toen hebben we dus besloten dat ik gewoon zou proberen om daar af te studeren en daar had ik toestemming voor gevraagd van de gereformeerde kerk, kon ik dat doen, ja dat mag wel. En toen hebben we dat gedaan, toen zijn we naar Californië verhuisd, heb ik daar op Fuller seminarium heb ik mijn graad gehaald en daar dominee geworden. 

I: Want je wilde toen door heel dat proces heen, veranderde je je doel daarin niet, je wilde, je bleef dominee willen worden? 

R: Ja. Ja en dat was ook een soort goede verandering want op Calvin seminary of misschien dat ik zou moeten zeggen het seminarium van Johannes Calvijn, daar werd nogal wat aandacht besteed aan de diepzinnige theologie en de academische grondslagen die er allemaal aan verbonden waren en het was allemaal heel belangrijk en heel precies en het moest juist op die manier moest het begrepen worden en het ging voornamelijk om het goed aan kerkelijke mensen uitleggen wat we nou eigenlijk geloven. 

I: Ja, ja. 

R: En toen kwam ik bij Fuller seminarium en daar was het iets meer gericht over God heeft je iets geweldigs gegeven hoe kan je dat nou doorgeven aan andere mensen. 

I: Dus hoe moeten we geloven versus hoe moeten we leven. 

R: Ja, precies. Ja, ja. En dat verschil werd me zelfs, werd me juist toen meteen duidelijk. Dus ik was heel blij dat ik die omschakeling gemaakt had, want ik werd eigenlijk in zekere zin een andere soort dominee dan wat ik daar zou zijn geworden. En nou dat is eigenlijk wel behoorlijk goed in de aarde gevallen op de lange termijn, dus goed gelukt. 

I: Ja. Dus toen ben je dominee geworden in die hoe moeten wij leven traditie van het seminarium en hoe gaat dat in de VS, in Nederland hebben we beroeping, dus dan word je aangetrokken door […]

R: Daar ook, hier ook ja. 

I: Oké, dus dat is hier net hetzelfde. 

R: Ja, dat hebben we hier ook. Dus ik kreeg een beroep van een kerk in Hayward Californië, als hulppredikant, dus ik was niet de hoofdpredikant meteen. En dat stond me wel aan, want ik wou eigenlijk nog graag iets leren erbij. 

I: Enig idee hoe zij bij jou kwamen? 

R: Dat was voorheen een dominee van mijn vrouw. Dus ik denk dat het ze meer om haar begonnen was dan mij, neem ik aan. Ik geloof dat zij een beroep heeft gekregen en ik kwam er zo’n beetje bij hangen, dat is gekheid natuurlijk, maar […] 

I: Je kan mij van alles vertellen. Maar, nou jij kwam daar dus terecht als hulppredikant. 

R: Ze kregen twee voor de prijs van een, zo ging het eigenlijk, want zij was toen ook afgestudeerd. 

I: Ja. 

R: En zij werd een christelijke therapeute in die kringen. Praktijk opgezet, of nee ze heeft zich eerst bij een andere praktijk aangesloten, maar het was wel het idee dat ze op die manier zo verder zou gaan. 

I: Dus zij ging die kant op en jij werd hulppredikant. Dit was ook nog in Californië? Was het wat je ervan verwachtte? 

R: Ik was, terwijl ik nog in het seminarium was, had ik iets ontdekt over industriekapelaan. Dat ben ik iets meer uitgebreid gaan bestuderen en daar heb ik uit mijn eigen initiatief, toen ik nog op het seminarium zat, heb ik daar een experiment over uitgevoerd. Het was zelfs een beetje financieel gesteund door de gereformeerde kerk hier, hoofdkantoor. En toen ik dus eenmaal in Hayward was, ben ik daar […] ik ben eigenlijk op die manier ben ik daar aangesteld dat ik zou gedeeltelijk jeugdpredikant zijn en gedeeltelijk dat idee van industriekapelaan alsnog uitproberen. Dus was het de bedoeling, net zoals in het leger, als mensen van hun kerk weg ergens door omstandigheden aan een bepaalde plek gebonden zijn, zoals je dat in het leger bent, en je niet normaal gewoon naar je eigen kerk kunt gaan, dan verwacht men, of toen verwachtte men vroeger, maar in zekere zin nu ook nog wel, dat het leger het dan mogelijk maakt dat mensen binnen dat nieuwe werk- en leefverband alsnog naar de kerk kunnen gaan, dus dan ben je een leger, een veldpredikant, een legerkapelaan. Als je in het ziekenhuis ligt en je kunt niet naar de kerk dan hebben ze in een hele hoop ziekenhuizen hebben ze een ziekenhuiskapelaan. Als je bijvoorbeeld een zeeman bent en je komt maar af en toe in een vreemde haven, dan zijn er ook zeemanshuizen voor christelijke zeemanshuizen dan heb je daar een zeevarende kapelaan, die zit daar. Ik zeg nou er zijn zat mensen die zitten zo druk, zijn zo zwaar aan hun werk verbonden, misschien dat het nog niet zo’n gek idee zou zijn, als de mensen toch niet meer naar de kerk kunnen, dan komt de kerk naar de mensen, dan gaan we gewoon een industriekapelaan op touw zetten, als een added value, een soort van benefit to the employee. Een […]

I: Toegevoegde waarde. 

R: Toegevoegde waarde vanuit de werkgever aan de werknemer. 

I: Ja. 

R: Dat krijg je er hier ook bij. Als je hier werkt, krijg je zoveel loon, je krijgt ziektewet en je krijgt pensioen, en je krijgt er een kapelaan bij. Lucky you. Ja, weet je. 

I: Ja, ja. 

R: En bij sommige mensen werd het bijzonder gewaardeerd, dat is ge […] hoe heet dat, er is mee geëxperimenteerd in Frankrijk met de werker prints in de katholieke kerk, dus het was al een vrij bekend begrip in het verleden en dan heb ik daar iets meer mee geëxperimenteerd, dat bestond in onze kerk nog helemaal niet en toen kwam ik er toch op een gegeven moment wel achter dat ik liever kapelaan zou zijn dan jeugdpredikant. Ik ging liever met de onkerkelijke werknemers in zee dan met de […] een beetje babysitten voor de Verbondsjeugd. 

I: Eten met zondaar en belastinginners. 

R: Zo, precies. Precies, zo. En toen kwam de recessie van ’85 en toen was dast ook weer afgelopen. 

I: Ja, geen geld meer, wat kan er als eerste weg. Nou, we kunnen vast wel zonder dat. 

R: Precies. Ja, zo ging dat. 

I: Dus toen werd die hand geforceerd om iets anders te gaan doen. 

R: Ja en toen heb ik een beroep aangenomen om een nieuwe kerk te stichten in Halifax, Nova Scotia. 

I: Ja, als je dan toch wat anders gaat doen. 

R: Aan de andere kant van het land. 

I: Ja, ja, in de bevroren wildernis. 

R: Nee, het was niet zo koud in Halifax. Nee, dat denkt men dan, maar dat is niet zo. Halifax heeft een heel, hoe heet het, een mild klimaat zeg je dat? 

I: Ja. 

R: En toevallig het jaar dat ik er was. Het eerste jaar dat ik er was bevroor de haven wel, maar dat was de eerste keer in 27 jaar. 

I: Dus toeval, dat jij daar komt. 

R: Toeval, ik kom, haven bevriest. 

I: Juist, ja. 

R: Maar ik vond het prachtig door en ik had het er erg naar mijn zin, maar ja ook weer zoiets van de omstandigheden van het kerkenpolitiek en hoe dat allemaal zich afspeelde, ik kwam er omdat een dominee in een van de andere kerken die daar dus al bestonden, gereformeerde kerk, daar stond een dominee en die wilde dat zijn kerk aan de universiteit gebonden zou blijven en die had daar een kerkje heel dichtbij de universiteit, maar dat kerkje was veel te klein. Dus elke keer als er meer mensen kwamen, dan moesten er andere mensen weer weg, want er was gewoon niet genoeg ruimte in de kerk. Dus dan zou je zeggen nou dat is een leuk probleem om te hebben.

I: Ja. 

R: Waarom gaan we dan niet verhuizen naar een grotere kerk. 

I: Ja, precies. 

R: Nee, dat kon niet, want hij wilde dat zijn kerkje naast de universiteit bleef staan, want hij had zo’n idee voor zichzelf dat hij was een universiteitsdominee. Dat had hij in zijn eigen, zijn eigen self image die was zodanig daarop gericht dat hij […] het was belangrijker voor hem dat hij met die studenten in zee zou gaan dan met de rest van zijn gemeente en die moesten dan maar doorschuiven zeg maar. Nieuwe studenten, oude er weer uit, nieuwe studenten erin, oude er weer uit. 

I: Ja, zolang het beeld maar gehandhaafd blijft. Juist. Dus jij komt daar. 

R: En ik kreeg een stuk of wat van die zeg maar overbodige gemeenteleden en of we dan maar iets aan de andere kant van de stad zouden willen beginnen. 

I: Die term alleen al, overbodige gemeenteleden. 

R: Vreemd he? 

I: Ja. 

R: Ja. Maar het voelde wel zo aan voor die mensen. 

I: Ja, dat kan ik me helemaal voorstellen. 

R: Ja, en nou ja begonnen we dus iets nieuws in een ander deel van de stad wat iets meer met urban setting, het was meer binnenstad zeg maar, armere mensen en daar zouden we dus iets mee beginnen. En plotseling ging hij weg, die andere dominee. 

I: Die dominee, foetsie. 

R: Die andere dominee foetsie en dat had niemand verwacht, niemand zag het aankomen. 

I: Nee, ik hoor het ook in een keer wat is dit. 

R: En hij kreeg een beroep en hij was verdwenen. Toen kwam er een vriend van school van mij die werd daar beroepen en die kreeg die kerk. Nou, die had een heel ander beeld van wat daar moest gebeuren. En wij waren sowieso al goede vrienden. Hij zegt Jan in jouw buurt staan er geen lege kerken ergens, iets groots. Ik zeg ja toevallig wel, ik kom er elke dag langs. Nou, dan komen we bij jou naar de kerk, we zullen zien of we die kerk kunnen huren, of kopen, of wat dan ook. Dus die heeft het hele zootje van de universiteit vandaan naar de binnenstad verhuisd, maar hij had dus zijn eigen gemeente. Alle mensen die toentertijd allemaal zeg maar overbodig waren, die werden nu hartelijk weer gewelkomd, hele volle kerk, met een vloek en een zucht had hij een volle kerk, maar hij zat wel in mijn buurt. Wat moest ik nou? 

I: Ja, precies, want jij was nog steeds beroepen. 

R: Dus wij hebben het een poosjes samen gedaan, we konden goed met elkaar overweg, maar het leek er toch wel op, het was toch wel in zekere zin geen kerk waar je nou meerdere dominees nodig had, dus of ik dan maar aub op wou rotten. Het werd niet zo gezegd hoor, maar […] 

I: Het is niet vervelend gegaan? 

R: Nee, helemaal niet. Maar ik had zelf ook bepaalde aspiraties en hij was duidelijk de […] hij was een veel betere prediker dan ik en ik kon goed merken dat een hele hoop mensen hem heel graag mochten en daar wilde ik niet […] het idee van samenwerken was toentertijd nog niet zo algemeen bekend, om te zeggen van nou ja we gaan de gemeente zo groot maken dat je inderdaad twee dominees nodig hebt, die dan elk een bepaald deel van het werk op zich zouden nemen zeg maar. Ik had meer zelf het idee, en dat werd dan ook met mijn werkgever, dat was de Home Missions organisatie van het kerk werd het dan ook besproken of ik dan eventueel een andere keer in Lansing, Michigan over kon nemen en daar verder gaan zeg maar. Heb ik gedaan. 

I: Dus van Nova Scotia naar Lansing. 

R: Ja. 

I: Dat is een aardige stad. 

R: Lansing was ook een mooie stad, mijn middelste dochter is daar geboren en ik had goede vrienden daar waar ik in latere jaren nog veel contact mee heb gehad en daar ben ik een poosje geweest en toen leek het erop alsof zij […] dus oh er werd vanaf het begin besloten ik zou dus een overgangsdominee zijn tussen twee beroepen dominees. Ik werd daar geplaatst, ze hadden me niet beroepen. 

I: Je was interim. 

R: Een interim pastor ja. En er was een regel daarover dat ze mij niet mochten beroepen en dat hebben ze geprobeerd om die regel te veranderen, want ze mochten mij ook daar wel, maar dat is niet doorgegaan en toen werd mijn vrouw aangeboden voor een groot christelijk ziekenhuis, een psychiatrisch ziekenhuis, een satelliet op touw te zetten in Southern California. 

I: Dus een nieuwe locatie. 

R: Ja. Dus terug naar Southern California waar haar ouders woonden, waar we nog vrienden hadden, waar we al gewoon hadden in het verleden, waar die oorspronkelijke school was waar we vanaf afgestudeerd waren, en dat leek ons toen op dat moment wel iets om ja op te zeggen. 

I: Want het klinkt af en toe een beetje als een zwerversbestaan. 

R: Nou, dat was het in zekere zin ook wel en er zijn zat mensen die hebben dat zo eens een beetje van een afstand bekeken en die vroegen zich dan af waar is hij nou eigenlijk mee bezig en in zekere zin vroeg ik me dat zelf ook weleens af, waar ben je nou eigenlijk mee bezig, wat ben je nou aan het doen.

I: Dat kan ik me voorstellen, ja. 

R: Ja, want alles was zo anders, van het ene naar het andere, het was zo verschillend. Dus ik heb me overal behoorlijk aan moeten passen aan andere omstandigheden en andere vereisten. Nou toen kwam ik weer terecht op Southern California. 

I: Ietwat bekend terrein. 

R: Ik kon weer bij mijn schoonouders over de vloer. Kinderen konden met opa en oma spelen, kwam allemaal goed. 

I: Maar jij had daar geen beroeping toch? 

R: Nee, die had ik niet. Goede vraag trouwens, want we hadden ons dus voorgenomen dat om mijn vrouw die gelegenheid te geven, zou ik een paar jaar voor de kinderen zorgen. Ik geloof dat het in Nederland huis […] 

I: Huisvader. 

R: Huisvader, heet het huisvader? 

I: Huisvader, ja. 

R: Huisvader heet. Nou dat deed ik dus voor een paar jaar en daar heb ik bijzonder van genoten. En ik heb een bepaalde verhouding met mijn kinderen die daar duidelijk het resultaat van is en daar ben ik heel blij mee en toen kwam kindje nummer drie en toen vond mijn vrouw dat ik toch alsnog maar weer aan het werk moest en zij iets meer aandacht aan de kinderen kunnen besteden en dat was voor haar ook een grote verandering. En of ik dan maar een nieuw beroep van een kerk wilde zoeken en toen zei ze tegen mij je kan gaan waar je wilt maar ik ga niet mee als dominee zijnde. 

I: Ja, want ze was tot op die tijd steeds meegereisd. 

R: Ja. Als dominee zijnde je kunt een beroep nemen waar je dan ook wilt, maar ik ga niet mee. En dat was haar manier om te zeggen van nee jij bent echt geen dominee. 

I: Het was niet dat ze wilde dat je in Californië bleef? 

R: Nee. Dat was haar manier om te zeggen van ik weet meer van jou dan de mensen van jou weten die eventueel jou als dominee aan zullen stellen. Is een beetje moeilijk voor mij om dat zo te zeggen, want zij was wat dat betreft op dat moment zag ze mij duidelijker dan ik mezelf zag. Maar ik heb dat erkend en ik heb er hard over nagedacht en ik wilde niet dat ik daar mijn huwelijk over aan ten onder zou willen doen en toen hebben […] toen was ons een gelegenheid aangeboden om weer terug te gaan naar de veehouderij en een van de leden van onze kerk die zei Jan zullen we jou van het kerkenwerk weghouden als we je een baan aanbieden op ons veehouderijbedrijf. Ik zeg nee helemaal niet want ik denk dat ik daar wel mee klaar ben. En toen ben ik weer teruggegaan in de veehouderij als bedrijfsleider. 

I: Miste je het kerkwerk toen? 

R: Helemaal niet. Nee. Ik heb het ook […] ik ben toen ook naar een andere stad verhuisd en in die stad was ook een gereformeerde kerk en die dominee die heeft me wel aangeboden wil je af en toe nog eens preken. Ik zeg nee beslist niet, want ik wil dit deel van mijn leven op dit moment achter me laten. Ik heb zo’n idee wat er een beetje aan verbonden zit en ik wil opnieuw beginnen met deze nieuwe carrière. 

I: Ja, hoofdstuk afgesloten, nieuwe pagina. 

R: Ja, precies, ja. En dat heb ik een jaar of zeven gedaan en maar tijdens het eerste jaar dat ik op dat veebedrijf zat, heeft mijn vrouw me alsnog verlaten dus voor redenen waar ik het op dit moment wel mee eens was, op dat moment niet. Op dit moment wel. Dus ja. 

I: Wow. Dus daar zit je weer, je vrouw heeft je verlaten, je zit bij het veehoederbedrijf en dat lijkt me heel moeilijk. 

R: Nou het bedrijf werd op zich een soort van redding, want het vereiste behoorlijk veel van mij dus ik moest me er echt in verdiepen en daar behoorlijk me erin storten zeg maar en dat heeft me toentertijd wel gered van een of andere depressie dat had kunnen gebeuren als ik teveel tijd had gehad om erover na te denken. 

I: Ja. 

R: Dus dat werd me op die manier, werd me dat […] daar werd ik van behouden, zeg je dat zo. 

I: Voor behouden denk ik. 

R: Voor behouden, ja. 

I: Je werd belet om te gaan malen, malen, malen. 

R: Ja. Dus. Nou ja dan kom je de veearts tegen, dat is een hele lieve veearts, een jaar of wat later en toen het bedrijf uiteindelijk verkocht werd, ben ik met haar getrouwd. En ik zeg af en toe weleens ik heb de mooiste manier gevonden om mijn veeartsenkosten terug te winnen. We kwamen elkaar tegen aan tegenovergestelde kanten van de koe. Ik stond aan de schone kant. 

I: Juist ja verstandig. Ja, is natuurlijk een heel standaard verhaal dat mensen elkaar op die manier ontmoeten, dat is dan ook wel weer zo. 

R: Nou, jij toch ook? 

I: Ja, tuurlijk. 

R: Jij bent toch ook je vrouw tegenkomen aan opposite sides of a cow. 

I: Half, ook wel half soort zo. 

R: Of was het een slagerij?  Ja, ik kwam haar toevallig tegen in de slagerij. 

I: Ja, precies. 

R: Ja, nee. 

I: Ja, maar nou ja ik heb je huidige vrouw natuurlijk ontmoet en ik zie dat je nog, in wat je zegt, een hele goede band met je kinderen hebt. Je bent ondertussen gepensioneerd en je laat nu willekeurige Nederlanders in je huis verblijven. 

R: Ja, als ze er tenminste zin in hebben. 

I: Ja, ze willen af en toe dat je wat in de microfoon komt praten, maar verder gedragen ze zich […] 

R: Dat is me nog niet overkomen, je bent de eerste die dat geflikt heeft. 

I: Ik heb de primeur. 

R: Ja. 

I: Nou Jan, ja is er nog iets wat je graag wilt vertellen. 

R: Nou, ik weet dus niet wat het uiteindelijke doel is van dit verhaal. Er is nog zat andere dingen waar we het over kunnen hebben, maar ik weet niet hoelang dit hoort te zijn en ik heb zelf het idee dat er zijn niet zo gek veel mensen die nou echt uitgebreid urenlang naar mijn levensverhaal willen zitten luisteren dus laten we er hier maar mee kappen. 

I: Oké, nou ik denk dat je je daar nog van zou verbazen dat mensen graag naar dit soort verhalen luisteren, maar […] 

R: Nou, als ze dat laten weten dan doen we nog een keer. 

I: Prima, heb ik weer een excuus om hier naar de zon te komen. 

R: Ja. 

I: Jan, ik dank je hartelijk voor je tijd en bedankt voor het openhartige gesprek. 

R: Niets te danken. Graag gedaan. 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.