In gesprek met: Gerard de Haan
In Gesprek Met

 
 
00:00 / 1:03:47
 
1X
 

Oud-kerkenraad voorzitter Gerard de Haan vertelt over het opgroeien als kosterszoon in Rotterdam-Zuid, jeugdclubwerk, hoe hij betrokken raakte bij de kerk in Sliedrecht, en meer…

Transcript

I: Dit is hoorbaar geloof, de podcast van de Gereformeerde Kerk in Sliedrecht. Ik ben Job van Achterberg en vandaag is mijn gast Gerard de Haan. Dag Gerard. 

R: Ah, goedemiddag. 

I: Kun je jezelf introduceren? 

R: Ja, tuurlijk. In ieder geval leuk dat we hieraan kunnen werken, in dit geval samen. Ik ben Gerard de Haan en ik ben in september, om precies te zijn 14 september 1947 geboren in Rotterdam-Zuid, en daar ben ik opgegroeid. En nadat ik mijn echtgenote Anja heb leren kennen en zij werkte in die tijd in Sliedrecht, ’72 praten we dan over, zijn wij in november 1973 naar Sliedrecht verhuisd, wat een hele reis was van Rotterdam-Zuid naar Sliedrecht. Niet hemelsbreed ver, maar het was toch wel een hele stap van de stad naar het land. Nou, sinds die tijd leef ik in Sliedrecht en ik heb altijd buiten Sliedrecht gewerkt in mijn professionele leven. En in dat professionele leven ben ik eigenlijk al jaren bezig geweest in de human resource, toen zeiden we personeelszaken, personeel- en organisatiezaken. Nou, vandaag de dag human resource, als het er nog is, want al die dingen veranderen natuurlijk toch wel snel, maar ik heb daar dus heel veel jaren in gewerkt in den lande, kan ik wel zeggen, bij twee grote werkgevers SHV, de oude Steenkolen Handelsvereniging, bestaat nog steeds, familiebedrijf van de familie Fentener van Vlissingen. En een andere organisatie waar ik heb gewerkt is SGS, tegenwoordig zegt met SGS, maar het was eerst Societe Generale de Surveillance en dat is een inspectiefirma die werkt internationaal all over the world, hoofdkantoor in Geneve, en ik mocht de Nederlandse tak in Spijkenisse bewerken en dat heb ik ook gedaan. En later een deel van Europa gedaan, allemaal op het sociale vlak, dus dat was een heel erge interessante baan. Als ik mezelf even neerzet in het kort. 

I: Ja. Mis je het? 

R: Mis ik het? Nee, je weet op een gegeven ogenblik […] kijk er is een periode geweest dat ook in Nederland mensen met vroegpensioen mochten. Dat kan je je nu niet voorstellen, want nu zeggen ze steeds later met pensioen maar er is een tijd geweest dan kon je vroeger met pensioen gaan en daar werden ook gewoon fondsen voor neergezet, daar werd voor gespaard. En is men begonnen gewoon met 56,5. Moet je je voorstellen 56,5 en dan gingen mensen met vroegpensioen en dan werd hun pensioenpremie werd doorbetaald als werkten ze tot 65 jaar. Dus men had totaal geen pensioengat, men ging eerder met pensioen, men kreeg dan een uitkering van misschien nou zeg 80%, nou ja maar je was vrij, dus ik dacht in die jaren […] ik moest dat zelf introduceren in het bedrijf ook en zo, mensen gingen daarin mee, dus ik dacht nou er komt ook een dag dat ik erin mee kan. Heerlijk, vroeg met pensioen. Maar ja, toen werd het 58, toen werd het 59, nou ja toen ik 62 jaar was, dat is 10 jaar geleden, toen kon ik ook daar gebruik van maken en vrij snel daarna is het ook gestopt. Dus als je maar vroeg  genoeg tegen jezelf zegt van ja nou ja goed er komt een dag dat je gaat stoppen dan ga je er ook je op instellen en ik heb ja in het begin misschien weleens gedacht van ja […] ik weet nog goed dat er een vrij snel dat ik weg was rondden we een overname af, want daar had ik ook mee te maken overnames. En we rondden een overname af en toen was ik al met pensioen dan en toen dacht ik nou had ik dit even willen meemaken, want ik was er erg bij betrokken geweest maar ik had het net niet meegemaakt en toen dacht ik oh ja dat had heel leuk geweest, dan hadden we daar bij die mensen een personeelsbijeenkomst gehad, dan hadden we toespraken, heerlijk. Maar ja, het zat er niet in. Maar, nee ik heb geen spijt, ik heb niet wakker gelegen, helemaal niet, want ik had genoeg andere dingen. Ja, die ook leuk zijn, nog steeds. 

I: En was de kerk toen ook al iets waar je bij betrokken was? 

R: Ja. Ja, de kerk is eigenlijk iets wat […] nou, ik ben als het ware in de kerk geboren, dus in september ’47 tussen twee diensten door. Mijn vader was koster van de gereformeerde kerk Rotterdam-Zuid, Katendrecht, heette dat. 

R: Dat was een vrij grote kerk, met zeg maar zo’n 1000 zitplaatsen. Echt een kerk uit 1900, echt een joekel. Ja en ik ben geboren op een zondag en mijn vader was aan het kosteren bij wijze van spreken en tussen de middag- en de avonddienst ben ik door geboren. 

R: Ons huis stond tegen de kerk aan. Wij liepen van de gang door de deur zo de kerk in, dus de kerk is altijd zeg maar in mijn jonge jaren in mijn leven geweest, want ten eerste hielp je je vader, ten tweede was het een enorm speelterrein. Als het slecht weer was, dan kwamen de vriendjes naar ons toe want dan konden we in de kerk spelen. En af en toe ook een beetje kattenkwaad uithalen. Er was altijd wat te doen, er waren zalen bij die werden verhuurd voor bruiloften, vergaderingen, uitvoeringen, ja dus de kerk is altijd […] en die was ook in het gezin. We hadden een gezin, we waren met vijf broers en zussen, een zus, en we waren dus met vier jongens, vader en moeder, zeven. Ja, er was altijd in het gesprek was de kerk ook aanwezig, als je begrijpt wat ik bedoel. Dat was soms leuk, maar het was ook weleens niet leuk, want er gebeurde ook weleens dingen dat we dachten huh gebeurt dat ook in de kerk? Ja, dat gebeurt ook in de kerk. Als er catechisatie was dan was er beneden catechisatie, dat waren grote groepen jongeren, was een enorme herrie als ze binnenkwamen. Nou de dominee zat dat dan voor natuurlijk en dan kwam hij in de pauze kwam hij boven bij ons in de woonkamer koffie drinken. Nou en dan waren er soms twee of drie dominees die dan beneden catechisatie gaven, maar die kwamen dan in de pauzes zeg maar bij mijn moeder koffie drinken en mijn vader had dan weer een andere vergadering en wij zaten dan ook in de kamer en dus ja we maakten dat altijd mee. 

I: Ja, het doorspekte alles. 

R: Ja. En dus als mijn vader, dat maakte ik later mee, als mijn vader ziek was, dat gebeurde weleens. Mijn vader was vrij lang, die was over de twee meter, en hij had slechte benen, dus dat waren dan weleens ontstekingen in de vaten en dan kon hij zijn werk niet doen en dan moest mijn moeder mijn vader ziek melden en dan zeiden ze meestal ja nou is goed mevrouw De Haan, maar goed u weet het dan bent u nu koster. 

I: Want u bent samen aangenomen. 

R: Ja, zo ging dat. 

R: Ze waren natuurlijk nooit samen aangenomen, maar ze deden alsof ze samen waren […] dus mijn moeder ging dan, ja bij wijze van spreken alles regelen, dat was natuurlijk absurd, maar het gebeurde. Mijn vader had helemaal geen fulltime baan in die kerk, hij was naast dat hij koster was, was hij ook nog conciërge van drie scholen, dus er lagen twee scholen lagen tegen de kerk aan, twee lagere scholen. Dat waren grote lagere scholen, met veel klaslokalen, waarvan die twee die naast de kerk lagen met elkaar verbonden waren voor de verwarming, hadden zelf een grote kolenstook en mijn vader zat ook in een school voor ulo, uitgebreid lager onderwijs was dat dan vroeger, en die was elders gelegen op Rotterdam-Zuid, maar niet te ver van ons huis en daar was hij ook conciërge. En dan weet ik wel dat er dan op maandagmorgen vroeg moesten de kachels worden opgestookt, want die waren in het weekend natuurlijk een beetje naar het nulpunt gezakt en die waren allemaal op kolenstook, nou en dan moest mijn vader die ketels opstoken met steenkool erin gooien en dat was vrij heavy werken natuurlijk. De kerk had hij dan, die twee scholen naast de kerk en die andere kerk. Nou en dat bij elkaar dat was een fulltime baan. 

I: Ja, zo klinkt het wel ja. 

R: He? 

I: Zo klinkt het wel. 

R: Nou, zo werd het gezien. Hij kreeg dus een halve baan betaald door de kerk, en een halve baan door de schoolbesturen, ja vandaag de dag zou iedereen zeggen ja kom even dat zijn twee fulltime banen. 

R: Maar ja, goed, het was gewoon in die tijd, je wist niet beter, dus […] nou ja als mijn vader dan ziek was dan hoefde mijn moeder gelukkig niet die kolen stoken te doen, maar de scholen moesten wel schoongemaakt worden, weet je wel. 

R: Ja en de kerk moest ook schoongemaakt worden. Dus daar had ik mee te maken, dus ik ben van jongs af aan in die kerk ondergedompeld en dat heeft er wel toe geleid dat je overal een beetje bij betrokken bent geraakt. En dat ging al dus van kleins af aan en ik kan me nog herinneren dat ik 12 jaar was of zo, hadden we jeugdverenigingen, jongensvereniging was er dan. Dat noemden ze eerst een knapenvereniging. Nou ja goed, daar ging je dan naartoe. Nou, die kregen op een gegeven ogenblik een eigen bestuurtje nou daar kwam ik, was toevallig weet ik niet, ik kwam in dat bestuurtje, ik werd voorzitter toen al. 

I: Hoe oud was je toen? 

R: Ik denk ja dat was rond 12 jaar. En ja er was toen wel al een ontwikkeling gaande op kerkelijk gebied, want ik praat dan tegen de jaren ’60, 1960 daaromtrent, dus er begonnen wel ontwikkelingen te komen. We kregen in die tijd een beetje onrust in de samenleving was er toen ook. De Provobeweging die kwam op en nou dat werd niet echt gewaardeerd natuurlijk door de ouderen. Ik ga niet zeggen dat ik toen dacht oh gelukkig ze komen […] maar ik had er ook geen benul van wat dat eigenlijk inhield. Ik weet wel het Dagblad de Telegraaf was er toen en dat die een keer vreselijk belaagd zijn door die jongelui toen in Amsterdam, dat weet ik nog wel. Maar de Provobeweging die kwam op en dat was toch het afzetten tegen het toen heersende bewind als het ware. En dat gebeurde ook in de toneelwereld, de kunstenaars, er kwamen actiegroepen en die zetten zich af tegen het establishment dus er is toen […] en dat vond je overal terug ook in de kerken vond je dat terug. Dus er veranderde wat. De belangstelling die er eerst erg was in de kerken, want we hadden gewoon goed gevulde diensten, soms had je een dominee, dat was echt een buitengewoon bedreven dominee. Ik kan me nog herinneren dat wij op Rotterdam- Zuid een dominee hadden, dominee Johan Heule heette hij, en die was dan speciaal aangenomen voor vooral evangelisatiewerk. Dus het Woord naar buiten toe brengen. 

I: Juist, ja. 

R: En die Johan Heule dat was echt ongelooflijk, die kon zo pakkend preken en met zoveel leuke voorbeelden had die man dat trok mensen. Dus dan waren die kerken waren echt stampvol, die kinderen die moesten dan uit de banken komen, die moesten dan op preekstoel gaan zitten, die moesten op het podium gaan zitten, want het was zo vol, ja dat kan ik me dus wel herinneren. Maar de klad kwam erin. En men ging toch wel dingen verzinnen en bedenken van ja wat zou je dan kunnen doen, dat was al de tijd dat de jongerendiensten, zeg maar jeugddiensten, een beetje tot leven gingen komen. Deden wij ook aan mee natuurlijk, want wij waren ook in de jongerentent, dus wij wilden ook wel, ja het moest wel iets anders worden, het moest wel […] dat heb ik al heel mijn leven gehad, het moest wel wat anders zijn. Dit ging niet meer dat oude, het moest wat losser worden. En daar werd alles wel een beetje op ingesteld, het clubwerk veranderde het, dat weet ik nog goed. Dat die knapenvereniging dat werd een gemengde vereniging.

I: Ja, dus dat afzetten tegen het bestaande dat gebeurde daar ook. 

R: Ja, dat ging wel stapje voor stapje kwam dat daar ook toch binnen druipen, want ten eerste gingen de mensen wat meer afstand van de kerk nemen. Jongelui gingen toen zich ook al wat anders gedragen maar men probeerde dat toch op een of andere manier te kijken of ze dat met andere dingen ja konden oplossen, dus wij kregen een gemengde club van jongelui. Dat weet ik nog. Die heette helemaal, die hadden helemaal geen Bijbelse namen meer, die noemde we, de kerk heette Putseplein, dus we noemden dat Put ’27, zo heette die club, Put ’27. Nou was hartstikke modern man. Put ’27. Nou en dat was gewoon een club waar je een onderwerp behandelde en voor de rest was het vooral een beetje gezelligheid, een feestavondje hier, een feestavondje daar, maar we gingen ook dansavonden organiseren, want we hadden in die tijd al op Rotterdam-Zuid een jeugdgebouw. Was een van de dominees die was op het plan gekomen van ja we moeten die jongeren niet kwijtraken, dus we gaan een jeugdhuis bouwen. Ja, dat was niet een klein zaaltje, dat was echt een gebouw met een enorme grote zaal waar ik denk wel 250 man in konden, met een toneel, en filmcabines met filmapparatuur, want in die tijd kwam de film ook naar boven. Maar ja, het was niet de bedoeling dat wij naar de bioscoop gingen, dat was de bedoeling dat wij dat dan in eigen huis hadden. En toen kwam er een CEFA, dat was een christelijke organisatie die bracht grote films uit, De Herberg van het zesde Geluk. 

I: Dat zegt me helemaal niets, allemaal voor mijn tijd denk ik. 

R: Dat waren films waar je met zakdoeken zat, weet je wel, maar het was allemaal netjes. Het waren nette films, met een goed verhaal en die werden dan getoond in die grote zaal, dat was uniek. En beneden hadden ze kleine zalen en dat was ook als wij dan een bruiloft hadden dan kon je daar de zaalruimte huren en je kon daar dan ook eten met je kinderen, dus dat was echt een top gebouw. Jeugdhuis ’t Slag. En in dat jeugdhuis zat een sociëteit voor jongeren. Jongeren van zeg maar 18 jaar en ouder. 

I: Maar er bestond toen toch ook al dus een soort zorg dat die jongeren behouden moesten blijven. 

R: Ja. 

I: Want die zouden anders, zouden die seculariseren of waar zat de zorg? 

R: Ja, dat was wel een beetje de gedachte, de mindset was even iets anders geworden. En dat heeft toch wel te maken gehad met zeg maar die opkomst van die Provobeweging, ik zeg niet dat die de enige is geweest, maar er was een sentiment. Een sentiment in de samenleving dat veranderde, dat hebben de oorlogsjaren mee te maken gehad, dat was een kwestie van na de jaren een opbouw en die opbouw die was gaande zeg maar, ja in die tijd is er toch iets gekomen van afzetten tegen. Ik bedoel ik ben ook geen wetenschapper maar het had er wel allemaal mee te maken. Het had kenmerken in zich van mensen die zich afzetten die niet meer naar de kerk gingen, jongelui die zich anders opstelden tegenover de kerk en dan moest je andere vormen kiezen. Nou ja, die hadden ze dan gekozen bijvoorbeeld met zo’n jeugdhuis. Maar ja, als je dus jongeren hebt van 18 jaar en ouder in een sociëteit nou daar werd natuurlijk bier geschonken. 

R: Ja, nou dat was al wat. Nou ja het werd gedaan. En dat was een wat donker ingerichte ruimte met wat gekleurde lampjes aan het plafond en zo en jongerenmuziek natuurlijk. Nou ja, en ik weet wel, ik was toen nog onder de 18 maar wij wilden ook een ruimte hebben voor jongeren. Wij wilden ook naar een sociëteit voor 14 tot 17 jaar. Nou die hebben we toen opgericht, in een aparte ruimte in dat jeugdhuis. Nou dat mocht. Dat zal misschien bij de ouderen toen ook iets geweest zijn van moet dat nou allemaal, maar het is wel gebeurd. Ik weet nog in die tijd dat wij naar de Kerkenraad gingen, en dat waren alleen maar mannen in die tijd die dikke sigaren rookten tijdens de vergaderingen en dat wij vroegen of wij van de jongeren uit een vertegenwoordiging mochten hebben in de Kerkenraad. 

R: Dus dan was er een vergadering en dan zat er iemand van de jeugd bij die vergadering. 

I: Zonder sigaar. 

R: Zonder sigaar, maar om mee te luisteren en misschien ook om wat te zeggen. En ik zal je zeggen het is toen wel toegestaan dat het toch gebeurde. Dat was natuurlijk al ja toch iets aparts. Ik praat dan over de jaren, 1960-65 daaromtrent en dat we dat voor elkaar kregen, dat was al, vonden wij, iets heel bijzonders. En die gemeente daar op Rotterdam-Zuid dat was een vrij grote gemeente, met drie kerken. Ik woonde dan in de Putseplein, maar je had ook de Breeplein, die staat er ook. Die staat op het Breeplein in Rotterdam. En je had de Sandelingpleinkerk. Drie kerken. En ze hadden op de hoogtijdagen denk ik zeker wel 10.000 leden. Praat je over echt, was een behoorlijke gemeenschap, dus er gebeurde wel wat. Nou, wij gingen die sociëteit van 14 tot 17 maar ja Job je begrijpt wel wat er gebeurde natuurlijk, want die meisjes die van onze kerk die kregen verkering met jongens die niet van de kerk waren. 

R: En dat was daarvoor, jaren daarvoor, nooit zo echt geweest, want je trouwde met een meisje uit de kerk, of met een jongen uit de kerk. Het was niet zo van je gaat maar met iedereen op stap, dat is eigenlijk in die tijd ook wel meer en meer gebeurd. Misschien eerst met een rooms-katholieke of met een hervormde, maar later ook gewoon met mensen die niet van de kerk waren. 

I: Ja, die verzuiling die verminderde. 

R: Ja, die zag je toch wel teruglopen, want dat was ook in politiek verband was dat duidelijk. Als je van de kerk was en je was gereformeerd ja God dan was je voor de ARP, toch? Ik bedoelde de hervormden die waren van de CHU. Ja en de katholieken van de KVP. We hadden allemaal ons eigen clubje. 

R: En wij lazen thuis Dagblad de Rotterdammer, wat later opgegaan is in Dagblad Trouw en zo had iedereen ook bij wijze van spreken zijn eigen krant. Nou en je luisterde natuurlijk naar de NCRV. Wij luisterden thuis niet bij voorbaat naar KRO.

R: Dat was een rooms-katholieke […] nee. 

I: Nee, maar toen ik net in Sliedrecht kwam wonen, dat is nou ja een jaar of 11 geleden, merkte ik nog dat het me opviel dat er zoveel bakkers en slagers waren. En inderdaad, maar later merk je oh wacht dat zijn overblijfselen van. 

R: Ja, want nou het was wel zo dat een van de leden van onze kerk die had een winkel voor kruidenierswaren op Katendrecht. Nou Katendrecht was in die tijd een bekende wijk, een slecht bekende wijk van Rotterdam. Nu is het een top wijk, nu moet je er wonen. 

I: Heel hip. 

R: You must be there. 

I: Ja. 

R: Maar toen, nou ik weet er woonde een vriend van school van mij en die was jarig en die zei kom je op mijn verjaardag. Nou dat moest ik thuis even aan de orde stellen, mag ik naar Maarten. Ja, maar Maarten woont op Katendrecht. Nou toen was het zo geregeld dat ik werd tot de grens gebracht door mijn broer en zijn vader kwam mij op de grens halen zeg maar en ’s avonds ging het omgekeerde, dan mocht ik ernaartoe, want wij kwamen niet op Katendrecht, dat was de hoerenwijk. 

I: De brug noemen ze er nog zo om. 

R: Maar dat gebeurde, dus er gebeurde heel veel, ook in kerkelijk verband. Nou, wat ik jou zei wij waren bezig met diensten, met dag jeugd sociëteit gebeuren, dat eigen gebouw hadden we. Ik weet nog dat wij in de Breepleinkerk op zaterdag een concert deden met Liesbeth Liszt en ja muziek erbij en zo. Man dat was vooruitstrevend. En toen ging ik in 1973 naar Sliedrecht. Nou in het begin had ik hier zoiets van waar ben ik gekomen zeg. 

I: Ja, hoe was dat wennen toen je hier terechtkwam. 

R: Nou ontzettend. Ja. Omdat je kwam hier in de kerk, want dat deed je, je liet je overschrijven en ik ging naar de gereformeerde kerk. Nou goed, en die hadden dus de ochtenddienst, en de middagdienst zoals nog steeds en dat was dan ook nou ja goed bezette diensten, maar veel bijzonders was er niet. Ja, er was af en toe iets met een jongerendienst, maar in mijn beleving ja het was niet te vergelijken met Rotterdam-Zuid. Ik dacht hier lopen ze wel echt heel erg achter zeg. Ja en geleidelijk aan ja is dat toch, je wilde dan proberen erbij te komen, want ik vind wel, dat geldt niet alleen voor ons, maar ik denk voor iedereen, als je ergens bij wilt horen, moet je je ook je er wat meer in bewegen. 

I: Ja. 

R: Moet je wel kijken van nou ja wat kan ik dan en wat zal ik dan. Je moet niet allemaal denken van ze komen mij wel halen, want dat is natuurlijk niet waar. En toen was er in die tijd hadden wij een apart jeugdgebouw. Dat stond aan de Thorbeckelaan, dat was een houten keet. En dat noemden ze jeugdhonk, een houten keet. En in die houten keet vonden dan wat zaken plaats rond het jeugdwerk bijvoorbeeld, want dit hier waar we nu zitten, dat is groot, maar dat was toen veel kleiner. Hierboven woonde de koster met zijn gezin. Dus was veel kleiner, dus we hadden extra ruimte nodig als kerk en dat was dat jeugdhonk en daar werd dan eens in de, nou ja laten we zeggen eens in de maand wellicht, een bijeenkomst gehouden en die noemde ze 2135. En er werden geacht jonggehuwden te komen tussen de 21 jaar en 35 jaar. Nou in die categorie vielen wij toen. Dus wij gingen daarnaartoe, nou daar werd dan een onderwerp behandeld door een van de aanwezigen. 

I: Werd het wel druk bezocht? 

R: Nou dat waren er dan misschien bij elkaar 25 die er zaten. Dus het was ook niet zo dat dat overliep van. Er zaten geen 100 zeker niet. Maar het waren echtparen, die soms al een kind hadden of nog helemaal niet, wij hadden helemaal geen kinderen. En die gingen daar dan heen. Werd een onderwerp behandeld, er werd geopend, en er werd gesloten en na het sluiten werd er een drankje aan de bar gedronken en werd er wat gepraat met elkaar. Nou op dat moment zeiden ze natuurlijk van goh wie ben jij en waar kom je vandaan en oh interessant, kom je uit Rotterdam, oh wat leuk en wat doe je dan en […] Nou zulke verhalen. Nou ja goed, dus dan ging je naar huis en dan een maand later was er een nieuwe bijeenkomst nou ja gaan we er weer heen, maar na drie, vier keer zoiets meegemaakt te hebben, ik zeg tegen mijn echtgenote weet je wat we gaan nog een keer, maar als het nou weer zo hetzelfde is van wie ben jij, waar kom je vandaan en […] nou dan heb ik het wel gehad hoor. Nou goed, op die avond zei een ander echtpaar we zitten zondagavond bij elkaar heb je zin om te komen. 

I: Oké. 

R: En dat was eigenlijk de doorbraak en dat hebben we gedaan en uiteindelijk zijn dat vrienden geworden waar we nu nog mee op lopen en een van hun kinderen is getrouwd met onze dochter, omdat ze elkaar ook heel lang gekend hebben natuurlijk en zo zijn we er een beetje ingerold. Ja, en als je erin rolt ja dan gebeurt er dus wel iets meer. En toen is mijn echtgenote die is op een keer gevraagd of ze diaken wilde worden, dus dat was toen al wel ook laat ik zeggen doorgesijpeld dat de vrouw in het ambt, dat was al een hele stap voorwaarts natuurlijk. En zij is toen zelfs voorzitter geworden van de diaconie. Dus wij zijn in ’73 hier komen wonen, nou dat was niet gelijk ’74 maar een paar jaar later is dat wel gebeurd. En toen is zij voorzitter geworden van de diaconie. 

I: Maar zoiets komt ook niet vanuit het niets. 

R: Nou, dat was dan toch wel een ontwikkeling ook voor Sliedrecht natuurlijk, want dat was bij die andere kerken niet het geval. Ik bedoel we hebben kerken hier in Sliedrecht waar het nog steeds niet zo is en in de hervormde gemeente Sliedrecht is het ook nog niet overal, maar dat was dan toch wel voor die anderen zoiets van oh […] want dan was er een vergadering bijvoorbeeld en dan zou zij als voorzitter van de diaconie naartoe moeten, maar dan werd er wel kenbaar gemaakt dat het beter was dat zij niet kwam, maar wel een mannelijke diaken. 

I: Ja. 

R: Ja, dat heeft haar tot op vandaag gefrustreerd kan ik je wel vertellen. 

I: Kan ik me voorstellen. 

R: Dat vond ze […] en ook, wat ook wel niet werd gedaan, want we zeggen weleens wat van mensen van andere culturen enzovoort, maar geen hand geven bijvoorbeeld aan een vrouw in een Kerkenraadskamer. 

I: En dan hebben we het over 1975 of […]? 

R: Ja, in die contreien. Laten we zeggen tussen ’75 en ’80. Ja, dan denk ik waar hebben we het over, maar dat is natuurlijk ook een kerk. Ja, we rolden er eigenlijk in met dat soort dingen. Zij met de diaconie, jeugdwerk heeft ze ook in gezeten, secretaris van het jeugdclubwerk waar we als kerk altijd vrij sterk in zijn geweest, jeugdclubs. Nou, zat ze in het bestuur van de jeugdorganisatie zeg maar, met de tijd van dominee Hanemaayer ja en dan gebeurde er ook daar wat, in de zin van iets nieuws, iets anders, ja daar ging je ook aan meedoen, en we gingen een keer praten over […] nou ja en zo gebeurt het dan dat je erin rolt. Dus eigenlijk zeg ik, ja van mijn jongs af aan toen ik in die kerk ben geboren en gegroeid is het altijd bij me gebleven, ik heb het nooit afgelegd. Ik heb ook nooit gedacht, moet ik je eerlijk zeggen, nou ik ben er klaar mee. 

I: Nee, maar je hebt je ook binnen de kerk ontwikkeld. Ik bedoel je bent […] 

R: Ja, nou ja je kan er ook ontzettend veel van leren en wijs worden. 

I: Ja. 

R: Het is altijd in het organisatorische, het is niet dat ik zeg ik word graag ouderling, dat lag mij dan niet. Ik had eerder zoiets van laat mij maar zorgen dat de zaak loopt. 

I: Vanuit je werk […] want je hebt vanuit je werk in personeelszaken […] 

R: Ja, dat zal ermee te maken hebben denk ik, ja. Het altijd het een beetje organiseren van dingen, dat is wel een rode lijn ook. Dus die kerk is een rode lijn, maar dat organiseren is ook een rode lijn, zorgen dat iets kan gebeuren. Doe je nooit alleen, doe je altijd met elkaar natuurlijk, maar als je een paar goede mensen bij je hebt dan is dat verbazingwekkend wat je allemaal kan realiseren en dat heeft er altijd wel een beetje in gezeten, dus van jongs af aan ja […] en dat loopt nog steeds door, want van het een is het ander gekomen. Kijk in de beginjaren was mijn vrouw meer betrokken bij het werken in de kerk zeg maar, ik volgde ook nog een studie in die tijd, de eerste jaren, aan het hoger beroepsonderwijs, sociale academie, wat ook nodig was voor mijn baan en dat deed zij dan wat meer in de kerk. En daarna kwam het ook een beetje met mij maar wat ik net zei van nou dat ouderling zijn, of nee dat […] of clubleider zijn weet je wel dat lag mij nou niet echt zo lekker, maar dan wel andere dingen bijvoorbeeld. We hadden in die tijd was er ook een eigen school. Deze kerk had in die jaren een eigen school, de gereformeerde school. 

I: Waar zat die dan? 

R: Ja, dat gebouw staat nog bij de Jumbo in het centrum in de Frans Halsstraat, Jacob Catsstraat daar staat een schoolgebouw tegenover de Jumbo en daar zat de Groen van Prinstererschool. 

R: Die heeft eerst op twee andere plaatsen in het dorp gezeten, maar die school die groeide en dat was de school van de, nou ja ik zal maar zeggen, van de gereformeerden, want de hervormden hadden eigen scholen ook. Die hadden een paar eigen scholen. Die hadden de Ireneschool en de Beatrixschool en […] onze school heette de Groen van Prinstererschool, dat was natuurlijk een voorman. En samen hadden wij de hervormde schoolvereniging en de gereformeerden de Anne de Vriesschool en de Da Costa mavo, die zat in een ander bestuur. En dat was zo gedaan omdat eigenlijk allebei die schoolverenigingen die wilden een nieuwe school waar de Anne de Vries is en de gemeente heeft toen gezegd nou als je het samen doet dan kan dat, maar niet twee apart. 

I: Oh, dat kwam vanuit de gemeente, want ik wilde al vragen […] 

R: Ja, ik denk dat was niet vanuit dat ze zeiden oh wat heerlijk dat zal de Heer wel fijn vinden, zo was het echt niet. 

I: Ja, want we zien nu die samenwerkingsdiensten van Alexander en dominee Sparreboom van de hervormde kerk, nou dat is toch fijn, ik dacht misschien was dat vroeger ook zo, maar minder. 

R: Nou er was wel laat ik zeggen men had wel een uitwisseling vooral in de open deur diensten sfeer, dat had men wel, dat heeft men nu nog, maar eerlijkheidshalve is het daar ook wel meestal toe beperkt gebleven, het is nooit verder doorgestoten, maar goed we hadden een eigen school. En de hervormden hadden ook eigen scholen. Nou ja en zo was het. En op een dag werd ik benaderd door de directeur, of toen was het het schoolhoofd. Die school stond heel goed bekend, dat heette vroeger de school van Hakkenes die was toen hoofd van de school, Hakkenes. En later meneer Lanser, de school van Lanser. Dus dat ken je nagaan hoe bekend zo’n school was, zo werd hij aangeduid. Er werd niet gezegd gereformeerde school, er werd zit jij op de school van Lanser. Nou dat was al dat je […] nou dan zat je goed hoor. Nou toen werd ik benaderd door het toenmalige schoolhoofd, Tjerk de Boer, ja en die zei ja we hebben een voorzitter nodig van het bestuur. Nou en we dachten aan jou en zou je dat willen. Nou en zo ben ik in het bestuur van de Groen van Prinsterer terechtgekomen ben ik voorzitter geworden. We hebben daar het 100 jarig bestaan gevierd van de school. Ja en daarna heb ik toch wel geprobeerd om samen met de bestuurders van de hervormde kant er een vereniging van te maken en dat is ook gebeurd. Er is toen opgericht de vereniging christelijk onderwijs Sliedrecht en daar gingen alle scholen uit Sliedrecht die wij en de hervormden hadden en samen hadden zijn in dat bestuur gegaan, nou dat vond ik een mooie ontwikkeling. 

I: Het zal niet over een nacht ijs zijn gegaan? 

R: Nou ja, kijk de leden die je had die moesten dat dan besluiten en het is wel zo dat vroeger was iedereen lid van de schoolvereniging die een kind op die school had, maar er is ook een tijd gekomen zeg maar tussen de jaren ’65 en ’75 en zo ja dat dat ook minder werd. Men had wel dat contact met die school, maar men had niet meer die verbondenheid met school dus het aantal leden werd ook minder wat je ook ziet in de politieke partijen. 

R: Dus ja nou goed, ik ben de voorzitter van het bestuur geworden en wij hadden een heel divers bestuur, dat was kenmerkend voor de gereformeerde schoolvereniging. Een bestuur en daar zaten een paar mensen in van de gereformeerde kerk, daar zaten ook mensen in van de Nederlands gereformeerde kerk, de kerk waar nu dominee Van Dijk staat. En er zat ook iemand in van de hervormde kerk, dus we waren niet zo scherp op van het moeten alleen maar gereformeerden zijn, er was al een samenwerking in feite en dat ging ook heel goed in dat bestuur. We hebben er nooit problemen gehad, maar bij de andere kant was dat dus niet het geval. Daar waren alleen maar hervormden snap je. 

R: In ieder geval hebben we daar toen besloten om dat bestuur met elkaar om te vormen tot een bestuur voor Sliedrecht. Inmiddels is dat ene bestuur gefuseerd met de christelijke scholen in Papendrecht, en is dat natuurlijk en nieuwe ontwikkeling gegroeid. De Da Costa mavo die is ter ziele gegaan, die kon zich niet meer handhaven in het strijdgewoel wat in onderwijsland is geweest, want de overheid die was alleen maar aan het kijken hoe kunnen we grotere scholen maken, zoals de Lage Waard in Papendrecht. Ja, die Lage Waard in Papendrecht had geen behoefte dat er ook een mavo in Sliedrecht was, die dachten eerder in de zin van nou als die school in Sliedrecht dicht is dan komen die leerlingen toch wel naar Papendrecht. 

I: Is dat diezelfde mavo die toen is afgebrand? 

R: Nee. Niet mij bekend. 

I: Oké. Nou, ik heb oud historisch materiaal van de brandweer hier in Sliedrecht en daar zijn nog ik zag videomateriaal van een afbrandende mavo. 

R: Uiteindelijk waar nu De Wilgen zit, dat was de Da Costa mavo maar dan de nieuwe stijl, want daarvoor hebben ze ergens anders gezeten. Dus, maar ja, ik praat ook maar over de jaren die ik in Sliedrecht heb gewoond natuurlijk. Maar goed, ik was wel bezig dus ook weer in dat Sliedrechtse om dit te doen en dat te doen. Dus de schoolvereniging was daar ook en toen is ook de politiek nog een gekomen. Er was hier een ARP nou ik was lid van de ARP, ja en dat werd CDA. 

I: Ja, ARP was antirevolutionaire partij toch? 

R: Antirevolutionaire partij. Ja, nou goed dat was, ja de partij van Aantjes en zo, de partij van Roolvink en de Biesheuvel en ja en die deden dan ook af en toe mee hier op plaatselijk vlak, dus alhoewel je hier natuurlijk een hele sterke partij had dat was de SGP die later met de ChristenUnie samen is gegaan. 

R: Maar goed, de politiek die vroeg ook op een dag zou je wat willen betekenen, willen doen. Nou dat is ook gebeurd, ik heb die overgang ook meegemaakt van de ARP naar de CDA, ik heb daar ook een poosje in meegelopen en ja weet je wel dan kom je er wat in en ja dan gaat het steeds verder, dan komt er elke keer weer wat naar je toe. 

I: Ja, ze weten je te vinden. 

R: Of op je pad, ja en toen hebben we hier, ik denk 1989 die nieuwbouw hier gekregen in de Voorhof, gingen we toen bouwen want het jeugdhonk wat ik net vertelde, waar we 2135 hadden, dat jeugdhonk dat moest weg. De gemeente Sliedrecht had andere plannen voor dat terrein. Dat gebouw was ook natuurlijk van hout dus het werd ook niet beter. Er moest wat gebeuren. Nou en toen zijn er plannen ontwikkeld om hier naast de kerk een gebouw neer te zetten voor vergaderingen en voor de jeugd. Nou en er was in onze gemeente was een architect en er was nog iemand wel die bij een bouwbedrijf zat, en in mijn vriendenkring zat ook een lid van onze kerk die ook op een architectenbureau, dus we hadden know how in huis. 

R: En die hebben toch een prachtig plan gemaakt en dat was echt zo wauw gaan we dat doen, maar dat kost zoveel geld, ja dat kostte inderdaad veel geld. Nou en nadat al die gesprekken waren geweest van kunnen we dat, zullen we dat, ja toen zijn acties gestart. Ja en dat is wel een tijd geweest waarin wij ook met de groep jongelui zal ik maar zeggen behoorlijk hebben meegetrokken. Een van onze vrienden die ging helpen bij de architectenkant hoe gaat het gebouw eruit zien, en waar gaan we de accenten leggen, maar er waren ook een aantal jongeren waar ik er een van was die zeiden nou wij gaan nu acties doen, want de kerk had wel ergens een pastorie over, en die verkocht is in die tijd, dus dat bracht gelijk wat geld binnen, maar we hebben ook gewoon acties moeten doen. Ja, we begonnen maar met Sinterklaas, speculaaspoppen te verkopen weet je wel. En we gingen met kerst van die planten, kerststerren verkopen en kerstbroden en nou ja zo begonnen we. En de gemeente was natuurlijk wat groter dan nu maar de klappers die kwamen nog en dat was dat we gewoon twee, drie dagen meestal was het vrijdagavond, zaterdag, ja zondag waren ze dan gesloten natuurlijk, dus altijd twee dagen ongeveer dat we dan iets groots organiseerden. Ik weet nog dat we bij het jeugdhonk, wat er toen nog stond, want dit was er nog niet, het jeugdhonk stond er nog dat we toen daar, ja goh hoe noemde we dat nou, maar dat was gewoon een rommelmarkt was er en daar hadden sommigen zich buitengewoon mee beziggehouden om rommel binnen te krijgen uit heel Sliedrecht en dan was het Rad van Avontuur er, en er was touwtje trekken en er was grabbelen en er was dit en dat, er was van alles te beleven en dat was in Sliedrecht ook zoiets van wat leuk zeg, nou en dan stonden mensen in de rij om iets te kopen bij die rommelafdeling en echt er werd ongeveer gevochten om iets te kunnen bemachtigen. Er waren ook heel veel mensen toen uit Turkije en zo die die spullen kwamen halen die ze nodig hadden en nou die brachten dan duizenden guldens op in die periode, dus dat zette wel zoden aan de dijk. En we hebben een loterij gehad weet je wel. Dus er is heel veel geld bijeengebracht om dit neer te zetten, en dit kostte dacht ik zoiets van een miljoen gulden. 

R: En toen het eigenlijk geopend werd, was er geen schuld, dus dat was echt buitengewoon. 

I: Ja dat heb ik ook altijd, tenminste ik zit hier nu nog niet zolang bij die kerk laten we zeggen anderhalf jaar, maar ik heb wel gemerkt dat er wordt altijd wel weer iets georganiseerd en er zijn mensen die zich inzetten voor een rommelmarkt, of een rariteitenmarkt, of er worden […] er werd vis gerookt en er werd […] En dat is wel mooi om te zien dat het van alle tijden is geweest wat deze kerk betreft. 

R: Ja, nou ja dat kennen kerken natuurlijk ook, maar goed ik richt me dan toch wel meer op deze en dan zeg ik ja het is natuurlijk ontzettend leuk dat er altijd mensen zijn, en die zijn er natuurlijk ook altijd geweest, want het begon al bij Martha en Maria bij wijze van spreken en Jezus. Ik bedoel de een deed dit en de ander deed dat, maar dat we ook in onze kerk mensen hebben die graag iets doen. 

R: En ontzettend creatief kunnen zijn, ik bedoel als we zien nou wat er aan de toren hangt nu. 

R: Met dat engelenkleed, ja en ik vind, ja dat vind ik wel buitengewoon interessante uitingen waarin je zegt ja we moeten vandaag de dag proberen toch ook dat geloof gestalte te geven en daar moet je andere dingen bij bedenken dan ooit vroeger zijn gebruikt. Daar geloof ik wel in. Je moet wel proberen met je tijd daarin mee te gaan en dat je probeert toch ja het zichtbaar te maken op een of andere manier. Dat kan zijn in diensten, maar je kan ook zeggen is dat nou allemaal, is dat nou nodig, is zo’n kerst-inn nou nodig, nou het blijkt van wel, want anders zit het niet twee keer vol. Er is belangstelling voor. 

R: De kerstnachtdienst hier die een totaal andere setting heeft gekregen dan we vroeger gewend waren. Laten we heel eerlijk zijn, de hervormden hadden vroeger, en hebben dat nog, een kerkkoor, een hervormd kerkkoor. De gereformeerden hadden een gereformeerd kerkkoor, hoorde ook zoiets erbij van […] 

I: Oké, zelfs op dat vlak. 

R: Ja, maar als je zegt nou die gaan samen want ze zijn allebei toch wel een beetje aan het kleiner worden, dan is dat toch weer niet. Dat gaat dan weer niet, er zit toch veel te veel emotie of zo dan. Maar als wij nu vandaag kerstnachtdiensten zouden houden en hoe goed die koren dan ook misschien wel zingen, maar er zijn toch ook andere gevoelens en gedachten en men wil ook iets anders horen en dan vind ik wel dat je daar ook wel naar moet luisteren. En dat je ook dan moet kijken naar wat kunnen we daar dan mee. We hadden hier met kerstnachtdienst nu de band All in one, ja dan ben ik ontzettend blij dat we heel dat podium vrij hebben, dat we overal kunnen staan op het podium, dat alles wat we normaal in de zondagsdienst nodig hebben, kunnen we dan even opzij zetten en we hebben het hele podium vrij. Er zat een orkest gewoon met wel zeven, acht strijkers. Ja, ik vind dat toch wel iets bijzonders hebben. 

I: Ja. 

R: En dat er ook vandaag de dag jongelui ja zich daar meer aangetrokken toe voelen en filmpjes op internet of YouTube of nou ja dat was dan in ’75 helemaal niet het geval, maar dat is inmiddels wel het geval. Dus er zijn andere wegen ja die je toch moet proberen wellicht te bewandelen om te kijken. Dat is geen gegarandeerd succes en het zal nergens misschien toe leiden, dat zal wel, maar een ding weet ik ook wel dat als je in de oude situatie blijft doorgaan dat je dan het ook niet hebt. Dus een predikant die zegt vandaag ook andere dingen dan 50 jaar geleden. 

R: Ja, ik bedoel ik mag af en toe ook preken, een soort lekenpreken, nou dan gebruik ik preken van dominees, de preken die maak ik niet zelf, ik houd liever ervan om een goede preek gewoon te brengen, maar wat eromheen zit daar kan je dan nog wel naar kijken, naar een lied en een gebed en anderszins, maar als je dan ziet wat een ontwikkeling de preek alleen al in de afgelopen 50 jaar heeft doorgemaakt dan is dat toch wel heel interessant, want er waren vroeger boekjes uitgegeven dat heette Menigerlei genade en in die boekjes stonden dan een aantal preken van predikanten die daar dan aan meewerkten, afgedrukt. Kerken konden zich dan abonneren op zo’n boekje en als de dominee dan een keer toevallig per ongeluk ziek was, of niet aanwezig kon zijn, dan kon de ouderling uit dat boekje een preek lezen. Dus ik heb heel wat preken in het begin uit die boekjes gehaald want een preek is soms van alle tijden, maar wat me wel opviel was dat die preken van 50 jaar geleden bijvoorbeeld die besloegen soms 10 pagina’s of meer en in de loop der jaren zag je dat het geen 10 of meer pagina’s waren, maar veel minder, zeven, of zes. Daarin zie je ook wel dat op het gebied van preken in bepaalde kerken men zich ook heeft aangepast aan veranderende partijen en dat ze ook niet meer zo preken zoals dat vroeger wel gedaan werd. 

I: Ja. 

R: Dus ja. 

I: Het moeilijkste blijft natuurlijk van hoe verander je maar behoud je wat je in essentie bent en wat is dat als kerk. Ik bedoel, jij hebt waarschijnlijk vreselijk veel zien veranderen in de lange tijd dat je hierbij zit. 

R: Nou ja, je ziet wel veranderingen want inmiddels, dat heb ik laatst ook geschreven, ik bedoel ik heb hier dus een buitengewoon aardige betrokkenheid opgebouwd met de kerk en met Sliedrecht en enzovoort, daar moet je ten eerste wat voor doen, ook zelf, dat gaat allemaal niet vanzelf en je ziet dan ook natuurlijk een ontwikkeling en die gaat natuurlijk ook door in de komende jaren, want die ontwikkeling gaat weer veranderen enzovoort, dat zal zo blijven. Maar dan moet je wel proberen waar gaat het nou in essentie om. 

R: Nou in het geloof gaat het in essentie in feite, ja voor mij dan althans om twee dingen, heb Here uw God lief en uw naasten als uzelf. Ik bedoel dat is makkelijk gezegd en dat blijkt in de praktijk zo ontzettend moeilijk te zijn. 

R: En dat is wel een beetje apart, want ik zou me niet willen verliezen in is het nou waar, als je dat toch ziet in het verleden heeft die slang nou wel of niet gesproken weet je wel en heeft Noach nou wel of niet in die boot gezeten met al die dieren. Is het nou waar dat al die dieren in dat […]dat kan toch haast niet. Ja, nou eigenlijk ik zeg ja het geloof is in essentie heb de Here uw God lief en uw naasten als uzelve, ja dan laat ik het maar over aan de mensen die daar hele interessante bespiegelingen kunnen geven of Noach nou wel of niet en de slang wel of niet, ik denk dat dat wel een belangrijke […] hoe ga je om met elkaar. 

R: Want wij zijn natuurlijk ook allemaal aparte ja individuen, we zijn nog geeneens in dezelfde familie. Ja, je kan zeggen ik ben lid van de familie van de gereformeerde kerk, maar dat is een hele andere familie als waarin je geboren bent, toch? 

I: Ja, maar dat was […] dat is de kerk altijd geweest en de cultuur eromheen die zei wat moeten we hiermee want er zit van alles in, we weten helemaal niet hoe we het moeten noemen. 

R: Nee. Maar goed, je werkt dus samen met mensen die totaal uiteenlopende gedachten, ideeën en dat is ook soms buitengewoon interessant. 

I: Ja. 

R: Dat kan ook weleens buitengewoon irritant zijn hoor. Ik bedoel dat gebeurt ook natuurlijk, want je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn. 

I: Nee, maar dat is het mooie van de kerk dat zij kiezen jou niet en jij kiest hen niet maar je moet het toch een soort met elkaar uit zien te vogelen. 

R: Ja.  Nou ja goh, we hebben natuurlijk hier, ja we hebben de discussies gehad, ik weet nog wel ik had het net over het podium, want we hebben toen de kerkzaal hebben we op een dag ook moeten besluiten van laten we die moderniseren. Vandaag zeggen we renoveren, er stonden allemaal banken in beneden. 

R: Ja, dat was dan zo. Toen die kerk gebouwd werd in 1931 ja toen was het met banken. En dat was overal met banken en die banken zaten helemaal niet prettig hoor, maar goed we zaten allemaal in banken en iedereen had zijn eigen plekje en noem het maar op. 

R: Toen de verwarming die moest vervangen worden, zo begon het. En er hadden onder al die, waar je voeten op stonden, van die treeplankjes als het ware, daar liepen buizen onder voor warmte, maar ja dat was kapot, dus dat konden we niet zo meer maken, dus er moest wat gebeuren met die banken. Nou ja, toen werd er gedacht van dan gooien we een nieuwe vloer erin en dan gaan we stoelen en nou ja elke keer en dat en dat. Toen hadden we een heel plan en daarvoor hadden we ook al een keer wat veranderd aan het podium. En nou ik weet nog wel dat we een discussieavond hadden met de gemeente, want dat moet je dan wel altijd doen. Je moet wel mensen mee op sleeptouw nemen. Je moet niet overvallen, als je begrijpt wat ik bedoel, je moet mensen gewoon in de discussie meenemen, in de plannenmakerij neem mensen mee. En dat we zeiden ja dan gaan we het podium zoals het nu is, met twee muurtjes en twee pilaartjes dat gaan we afbreken dan. Dat was even shocking. 

I: Ja, tuurlijk. 

R: Er waren echt mensen die vonden dat vreselijk. 

I: Ja. 

R: En die zeiden ja maar hier heb ik mijn zoon ten doop gehouden op dat podium en dan kon ik wel denken ja joh maar dat was, ik zeg maar 20 jaar geleden, daar moet je nou niet […] maar voor die mensen was dat dan toch wel heel belangrijk. 

I: Ja joh, dat verhaal zat daarin. 

R: Er zat hele emotie in. 

I: Ja. 

R: Nou, ik vind het toch wel knap dat we dan toch met elkaar zover gekomen zijn dat we dat hebben kunnen doen en dat zoals de kerk nu is, met al die beweegbare elementen, zoals de liturgische tafel die staat op wielen, kunnen we zo wegrijden. De kansel staat op wielen, kunnen we zo wegrijden, ja die kun je overal neerzetten, waar we willen in de kerk nou dat is natuurlijk heel hip en dat we dat dan toch gerealiseerd hebben en dat, dat weet ik nog wel dat we het openden, en toen was er even je mag allemaal komen kijken en dat iedereen kwam en zei dat is allemaal mogelijk en wat ziet dat er goed uit en zo, ja daar ben ik wel erg blij mee, maar je moet wel blijven luisteren naar wat zegt men dan en je moet even misschien stoppen als een grote groep zegt nou even niet, ga niet doordrammen. Maar ik vind wel dat wij in onze kerkelijke gemeenschap toch wel heel veel wil hebben ook om dingen aan te passen, te begrijpen dat het soms aangepast moet worden. 

R: Dat we geen krampachtige houding hebben met het invoeren van een nieuw liedboek bijvoorbeeld. 

I: Ja, of het avondmaal wat een tijdje geleden aangepast is, in ieder geval de regels ter deelname. 

R: We doen ook kinderen aan het avondmaal. Dat hebben we ook meegemaakt natuurlijk, toen was ik niet in de kerkenraad of zo, maar het is wel een issue geweest, kinderen op avondmaal. En dan waren er ook mensen geen voorstander van. En nu zijn er ook nog mensen die dat eigenlijk niet goed vinden, maar we hebben het wel en we hebben een paar jaar geleden, toen was ik nog wel dan de voorzitter, toen was dominee Jo Schelling hier, dat we gezegd hebben er zijn misschien wel onderwerpen die erg belangrijk zijn, maar die we nog nooit hebben behandeld. En je kan wachten op iets, tot het gebeurt en dan moet je halsoverkop een besluit nemen, dat kan gebeuren. Je denkt och er is een probleem, laten we het er maar niet over hebben, maar op een dag wordt het probleem bij je gebracht en wordt er gezegd wat doen we ermee. 

I: Ja, en dan is het een stuk groter dan het in het begin was. 

R: Exact. Dus we hebben toen gezegd nou laten we eens even op lijsten wat voor onderwerpen hebben we dan. Nou een van die onderwerpen was hoe gaan wij om met het sluiten van verbintenissen tussen man en vrouw anders dan het huwelijk, geven wij ruimte aan het sluiten van verbintenissen tussen twee mensen van hetzelfde geslacht. Nou toen zijn we begonnen met die discussie en daar hebben we ook heel de gemeente in meegenomen en dat is niet iets van nou ja dat doen we even vlug enzovoort, we hebben daar een jaar de tijd voor genomen en dan ben je enerzijds is het verrassend wat je hoort wat er allemaal uitkomt, want er is ontzettend veel verborgen verdriet, van ouders die kinderen hebben maar daar nooit over durven te praten. 

R: En die dat thuis hebben meegemaakt, maar in de kerkelijke kring was dat not done en dan was het maar weggestopt, dat kwam wel in die discussies naar voren en zo, maar er waren natuurlijk ook mensen die zeiden ik kan dat niet voor mijn verantwoordelijkheid nemen, want in de Bijbel staat nou […] oké, dan kan je ook niet zeggen ja joh maar daar hebben we het nou even niet over, dan moet je daar ook naar luisteren en uiteindelijk zeg je dan op het einde nou ja we hebben met elkaar kunnen besluiten om het toe te staan en iedereen is in zijn of haar waarde gebleven. Wil niet zeggen dat iedereen gelijk heeft gehad, dat is ook niet mogelijk, want daar moet je ook eerlijk in zijn, dat kan ook niet, want anders kan je ook nergens komen. 

R: Maar we hadden wel op dat moment het onderwerp behandeld en dan weet je dat mocht het nou eens een keer, want het is nog helemaal nooit gebeurd, maar mocht het eens een keer gebeuren dat er zoiets zich voordoet, dan hoef ik niet onder de druk van de omstandigheden iets te gaan besluiten, want dan ga je ook oh wie is het dan. Ja, nee het is […] oh ja […] nee je moet gewoon heel reëel kunnen zeggen, stellen we ons daarvoor open ja of nee. 

R: Nou goed en gelukkig zijn er dan ook predikanten die, laat ik zeggen, die ook de gedachte hebben van als gemeenschap moeten we daarvoor openstaan en dat is natuurlijk ook prettig, want je moet natuurlijk dan niet in een situatie komen dat een dominee zegt ja maar dat gaan we niet zo beleven. 

I: Nee. 

R: Dus er gebeuren veel dingen op het kerkelijk erf en ja sommigen zijn buitengewoon spannend en het mooiste is als je achteraf kan zien ja het is goed geland, we kunnen samen nog steeds door die deur heen, ik kan hem nog steeds in zijn ogen kijken en we geven elkaar nog steeds een hand. En dat is ook wat, denk ik, Jezus dan bedoelde van hoe ga je nou met elkaar om. 

I: Ja, dan is toch die cirkel weer rond. 

R: Ja. 

I: We zijn nu iets na het uur, want ik weet nu al dat er veel meer te bespreken is dan waar we het nu over hebben gehad, maar in ieder geval wil ik je voor nu bedanken voor je tijd en voor het fijne gesprek wat we hebben gehad. 

R: Nou, het is toch wat, een uur. 

I: Ja, dat is echt zo voorbij, dat gaat zo snel. 

R: Ongelooflijk. Nou, tot de volgende keer. 

I: Ja, Gerard dankjewel. 

R: Oké, succes. 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *